Menu

EAGAINST.com

Welkom bij de (moord) Machine, mijn liefste.

“De straffen moeten gematigd worden en in verhouding staan tor de delicten, de doodstraf mag slechts worden opgelegd aan schuldig bevonden moordenaars, en de mensonwaardige lijfstraffen moeten worden afgeschaft.” [1]

In de tweede helft van de achttiende eeuw treffen we overal protesten aan tegen de lijfstraffen: onder filosofen en rechtstheoritici, onder juristen, rechtsgeleerden en leden van de parlamenten, in de cahiers de doléances en wetgevende vergaderingen. Er most anders gestraft worden, De fysieke confrontatie tussen soeverein en veroordeelde en beul, in naam van de wraak van de vorst en de latente woede van het volk, moet worden beëindigd. De lifstraf is in zeer korte tijd onaanvaardbaar geworden. Smadelijk voor de macht, want ze verraadt haar tirannie, haar buitensporigheid, haar wraakzucht en “het wrede genot van het straffen.” Onterend voor het slachtoffer, dat tot wanhoop wordt gedreven en toch “de hemel en de rechters die hem verlaten hebben” dankbaar moet zijn. En gevaarlijk, omdat ze het geweld van de kooning maar ook het geweld van het volk aanwakkert. De soevereine macht leek echter niet in te zien dat in deze wedijver van wreedheid, zij zichzelf een uitdaging toewierp die op een dag zou kunnen beantwoord worden: gewend als het was om «bloed te zien vloeien» leerde het volk snel “dat het zich enkel met bloed kan wreken”. De eerste roep om een bestraffing zonder lijfstraat is er een uit verontwaardiging, als een kreet uit het hart. Als men straft, dient zelfs in de slechtste moordenaar nog altijd één ding gerespecteerd te worden: zijn ‘menselijkheid’. [2]

«Een 17 jarige jongen werd neergeschoten door een politieagent en is gestorven aan zijn verwondingen.» zo stelde de media. Voor hen is Rishi Chandrikasing enkel een dood iemand met een leeftijd en een gender. Hij heeft geen naam, noch is er een oorzaak van overlijden.

De correcte verwoording had moeten zijn: «De 17-jarige Rishi Chandikasing werd vermoord door een politieagent.» Hij was een mens die in koele bloede werd doodgeschoten door een politieagent, en zijn naam mag niet vergeten worden. Het was een brute moord en het had eenieder kunnen gebeuren.

Laten we de feiten vanaf het begin onderzoeken. Na het onvangen van een bericht over een gewapende man die mensen bedreigde, arriveerde de politie in de vroege morgen van zaterdag 24 november bij het station Holland Spoor in den Haag. Volgens ooggetuigen in de Telegraaf renden drie agenten, waarvan één in burgerkleding, het station binnen met getrokken vuurwapens. Rishi was op één van de perrons toen een politieagent hem beval de handen in de lucht te steken. De jongen bewoog zijn handen naar zijn middel en één van de agenten schoot hem in de achterkant van de nek. Hij bezweek later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

Tijdens het weekeinde nam de politie verklaringen af van getuigen, meldde de openbare aanklager dat er foto’s waren van de plaats delict, dat de autopsie was uitgevoerd en dat na onderzoek bleek dat er geen wapen gevonden was op of in de buurt van het slachtoffer. Een ooggetuige verklaarde dat de 17-jarige zijn handen wel omhoog deed maar dat het al te laat was. In het bijzonder zei ze: «Hij was geschrokken toen hij zich realiseerde dat de politie achter hem aan zat. Ze riepen, «Politie! Politie!» en «Staan blijven!». Eer Rishi zich kon omdraaien, en een fractie van een seconde nadat hij zijn handen opstak, was het schot al gelost.» De openbare aanklager; zich baserend op de initiële bevindingen van het onderzoek, waaronder o.a. het bestuderen van de beelden van de veiligheidscamera’s; getuigde dat de verklaringen van de ooggetuige op één punt niet juist zijn, maar gaf geen details.

The Hague HS | Rishi

Rond de 200 mensen, vooral jongeren, namen deel aan een stille mars op zondagavond waarbij op het perron waar Rishi werd vermoord, bloemen werden gelegd en kaarsjes werden onstoken. Op sociale netwerken spraken velen hun woede uit en eisten wraak. Hierop legde de Nederlandse Politie Vakbond een verklaring af geschockeerd te zijn door deze serieuze bedreigingen. Na de demonstratie werd een tegel op het perron waarop iemand «de agent zal sterven, beloofd» had geschreven, door de politie verwijderd. «Met dit soort uitlatingen worden grenzen overschreden» zo stelde woordvoerder Han Busker en hij bevestigde dat hier verder onderzoek naar zal gedaan worden.

Elke dag bezoeken vrienden en anderen de plaats op het perron waar kaarsen, bloemen en aandenkens werden achtergelaten ter herinnering aan Rishi; ze uiten hun zorg over de samenleving waarin ze leven en voelen zich verdoofd door de onrechtvaardigheid van deze dood.

Hierbij aansluitend zei een vriend van Rishi: «De politie had een bericht ontvangen over een gewapende man en toen ze het perron opkwamen dachten ze dat Rishi dat was. Ze wisten niet of hij het was. En dat was ook niet zo. Hij ging huiswaarts na een feestje, nuchter, en vroeg informatie over hoe thuis te komen aan de conducteur. Een man in gewone kleding droeg hem op zijn handen in de lucht te steken, hij schrok en probeerde te laten zien dat hij ongewapend was. De man schoot hem in de achterkant van zijn nek zonder enige waarschuwing! De agent zit niet in de gevangenis, hij is niet eens geschorst…» Er wordt ook gesteld dat «als hij niet Indonesisch was geweest, er een grotere reactie vanuit de samenleving zou zijn, er zou meer steun zijn.»

Op zaterdag 1 december werd een demonstratie georganiseerd ter nagedachtenis van Rishi en tegen het politiegeweld in den Haag. Meer dan 300 mensen kwamen opdagen, de meesten van hen waren eerste en tweede generatie immigranten. In de namiddag van maandag 3 december probeerden vrienden en mensen die solidair waren, te voorkomen dat beveiligingspersoneel van het station de aandenkens zouden weghalen en de slogans van de muren en tegels zouden verwijderen. Dit lukte uiteindelijk toch nadat iedereen was vertrokken. Zijn vrienden verwittigen: «Jullie willen een moord doen vergeten. Jullie zullen ons naar de gevangenis moeten sturen om dat te doen gebeuren.» [3]

Rishi’s familie wenst klacht in te dienen omdat zij vinden dat de politieagent hem in het been had kunnen schieten indien hij zich bedreigd had gevoeld. Ze zijn van mening dat de dood van hun zoon moord is. Ze stellen ook dat niemand zomaar kan moorden, zelfs de politie niet.

De politie verklaarde: «Natuurlijk is de shock het grootst bij de familie, maar ook in het korps, in de afdeling en bij de betrokken agenten is deze voelbaar«.  De woordvoerder van het openbaar ministerie vertelde nieuwsagentschap ANP dat «het niet standaard is om politieagenten als verdachten te verhoren (voor de moorden die zij plegen)«.

Ook al stelde de politie dat er geen verklaringen zouden afgelegd worden tot het onderzoek voltooid is, lekten na de eerste bevindingen al meteen gegevens naar de pers. Hoewel de media de zaak wel versloeg en er beperkte reacties waren, had dit niet veel effect. De heersende media deden verslag van de moord maar begonnen in het verleden van het slachtoffer te zoeken, ‘in een poging om het slachtoffer zo «zwart» mogelijk neer te zetten en de politie zo «wit» mogelijk te kunnen vrijspreken’.

In zaken gerelateerd aan politiegeweld past de massamedia normaal gezien een gevestigde formule van verhalende reconstructie toe. (Een gangbare praktijk bij de verslaggeving van acties door sociaal/politieke bewegingen.)

In eerste instantie verwijzen ze naar de «publieke opinie» (Zelfs als linguistische expressie een afschuwelijke constructie. Herinner u Pierre Bourdieu’s «L’opinion publique n’existe pas.» – «De publieke opinie bestaat niet.») die ze zo in wezen onrecht aandoen. Ze kennen op voorhand eigenschappen toe aan het onderwerp van het geweld en al wat bij zo’n gebeurtenis naar voren wordt gebracht. De ironie is dat, terwijl opiniepeilingen in de media  (geldigheid en nut daargelaten) in veel andere gevallen wel gebruikt worden om een beeld te geven van de «publieke opinie», er in geweldadige zaken als die van de moord op Rishi geen moeite wordt gedaan om de ‘hartslag van de bevolking te peilen’. Misschien is dit omdat ze het zo gewend zijn om arrogant verslag te brengen over ‘zeldzame gevallen’ van politiegeweld dat ze het zelfs niet nodig vinden om de al erg conservatieve reacties van de samenleving te relativeren. De politie is immers een instituut van de staat en wordt relatief wijdverbreid aanvaard in de burgerlijke maatschappij. Zodoende vertellen ze met uitspraken als «De plaatselijke gemeenschap is bezorgd over de toename van de criminaliteit in de stationsbuurt van den Haag.» drie leugens in één: Eerst, dat het de meerderheid betreft; ten tweede, dat de criminaliteit stijgt; en tenslotte -en dit is doorslaggevend- dat dit wat te doen heeft met de dood van de jongeman.

Het tweede verhaal is dat van de sociale norm. Dat gebeurt door het slachtoffer af te schilderen als iemand die geheel anders is dan de massa door te verwijzen naar irrelevante details (zoals zijn haardracht of piercings, zelfs iets dat iemand het slachtoffer jaren geleden ‘hoorde’ zeggen over een politieagent/priester/docent/zwangere vrouw die passeerde). Bovendien wordt gevoelige, persoonlijke informatie serieel geschonden met de gulle hulp van de staatsinstituten die zulke informatie lekken als anonieme bronnen. Wanneer het immigranten betreft gaat dit nog makkelijker omdat het samenstellen van een gemaakte realiteit eenvoudig is.

Het derde verhaal is de verwijzing naar de wet. Zelfs als het slachtoffer geen strafblad had, is er een vage «neiging tot strafbaar gedrag» welke steeds wordt geïllustreerd met irrelevante factoren (bijv. hij was twee jaar geleden op een concert waar schermutselingen waren, hij kwam langs het stadion waar rellen plaats vonden, enz..). Als er wel een strafblad is, wordt de taak van de media vergemakkelijkt. Dan wordt elke voorgaande criminele handeling of «afwijkend» gedrag van het slachtoffer, hoe irrelevant het ook mag zijn, zelfs in juridische termen, op magische wijze gekoppeld aan het huidige, zeer specifieke en losstaande incident, alsof de twee met elkaar verbonden zijn!

Uitgebreide artikelen over Rishi’s voorgaande veroordelingen in zaken die gaan over aanklachten van inbraak impliceren, of stellen zelfs openlijk, dat hij een gevaarlijk en moeilijk persoon was die anderen potentieel kon schaden. Dit is op zijn minst beledigend ten opzichte van de intelligentie van de lezer. Het feit dat hij in een opvangtehuis woonde, waar hij had moeten zijn ten tijde van de moord, wordt ook gebruikt als sensatiebelust effect of als een verdekte beschuldiging. Journalisten vragen zich retorisch af wat Rishi Chandrikasing op dat tijdstip deed op het perron terwijl hij al vijf uur voor de schietpartij in het opvangtehuis had moeten zijn. De Telegraaf vraagt: «Wat de jongen op dit uur op straat deed is een groot raadsel». Uitspraken als «Alhoewel de jongen een strafblad had en onder maatschappelijk toezicht stond, zeggen zelfs zijn vrienden dat hij het verleden de rug had toegekeerd en weer naar school ging«, hebben een bijna emotionele neiging in het voordeel van het slachtoffer (zelfs in taalkundige termen als «zelfs zijn vrienden»). Maar de verwijzing naar zijn criminele verleden is obsceen [in de meeste Europese juridische systemen is het ook illegaal. Toegang tot dergelijke informatie is enkel beschikbaar voor de strafrechter die mogelijk – in de toekomst – de persoon met een strafblad moet beoordelen, en niemand anders (voor verschillende typen van criminaliteit is er voor publieke diensten wel toegang tot het strafregister – maar dit is niet van toepassing in Rishi’s zaak)]. Aan de ene kant heeft het machtige, onschendbare systeem hem als een crimineel geclassificeerd («wie weet wat voor een rotjong het was») en aan de andere kant wordt hij verdedigd door zijn vrienden («maar kom op, wat zouden zijn vrienden anders zeggen?»). Dit zou er toe doen, voor zo ver het juridische systeem betreft, als hij een beklaagde was!

Het laatste onderdeel van het verhaal zijn de reacties van omstanders en ooggetuigen. Hier hebben we een drie-eenheid van samenwerkende autoriteiten: ten eerste de politie, met gelekte informatie om zijn persoonlijkheid te belasteren, ten tweede de media, die het beeld vormt, en als de tijd daar is ten derde: de rechters, die beslissen over wat al geheel voor hen uitgelegd is. De Telegraaf interviewde één van de getuige die verklaarde dat Rishi Chandrikasing «een compleet normale jongen» leek, en dit in contrast met de uitlatingen over de veroordelingen van het slachtoffer.

De structurele toename van politiegeweld is duidelijk; media en politici, liever dan deze waarschuwende signalen serieus te nemen en de werkzaamheid van de politie in twijfel beginnen te trekken, beroepen zich op de «publieke opinie» en spreken hun sympathie uit voor de politie met de argumentatie dat «politieagenten onder constante druk staan». Waarmee ze ons herhaaldelijk herinneren hoe gevaarlijk en moeilijk het werk als beschermer van de samenleving is, wat enkel tot foute conclusies kan leiden. Het gangbare debat in de media na de meeste moorden door de staat is de gebrekkige training van agenten en de slechte organisatie van het korps. Dit zorgt er voor dat zulke «ongevallen» ons zouden moeten doen sympathiseren met de arme agenten die zo overwerkt zijn dat ze misschien de verkeerde keuze maken.’We zijn immers allemaal mensen, toch?’. We kunnen niet anders dan ons afvragen «Hoeveel van deze fouten zijn er?». De 17-jarige Rishi Chandrikasing was niet de eerste in de lijst van slachtoffers van politiegeweld. Het is de vijfde keer dat zo’n ‘incident’  – zoals de mainstream media moord door een politieagent meestal noemt – plaats vond dit jaar en dat er iemand om kwam door politiekogels [4].

De politie in Nederland heeft toelating te schieten als zij een geweer zien en als hun leven (of dat van anderen) in gevaar is. Als gevolg worden deze situaties juridisch als «zelfverdediging» geclassificeerd. In dit geval was er geen pistool, ook al informeerde de massamedia het publiek verkeerdelijk dat er wel een was.

De verscheidene zaken van politiegeweld tonen aan dat het afdwingen van gezag geen individueel incident is dat kan worden verontschuldigd door simpele redeneringen van stress en bedreiding. De uitvoering van geweld door de politie is een regel, ongeacht de factoren die de staatmechanismen graag aandragen om duidelijk te maken wat de werkelijke oorzaak was van de moord door de staat.

"Justice/Police victim"

«Justice/Police victim»

Onze samenlevingen worden geregeerd door middel van machtsrelaties, op basis waarvan de waarde van een mensenleven wordt beoordeeld. In zaken waar sprake is van de dood van een politieagent, veroordelen de media (en natuurlijk de staat) de moord (ongeacht de externe factoren – dingen als stress, vermoeidheid of gevaar alsof deze niet bestonden) en wordt er met sussende woorden gesproken over de waarde van menselijk leven. Het systeem is op zo’n manier gemaakt dat een mensenleven wordt gewaardeerd op basis van de afstand die de persoon had tot de officiële structuren van autoriteit, en hoe veel vakjes er aangekruist kunnen worden in de voorwaarden van de sociale normen. Dus, iemand als Rishi, die niet in de voorwaarden past om aan zijn leven gelijke waarde te geven als aan het leven van een agent, kan gerechtvaardigd vermoord worden door zijn leven mooi aan te kleden met een verondersteld gebrek aan normen en waarden. Zaken waarvoor hij eerder al gestraft werd door hetzelfde systeem dat hem vermoordde. Wat niet duidelijk wordt vermeld is dat; wat tussen de regels door herinnert aan essays van studenten; de enige logische conclusie is dat het hele idee van een hypothetische aanwezigheid van bedreiging – in feite de in twijfeltrekking van wet en de macht van de autoriteiten – meer superieur wordt geacht dan het leven van een «overtreder» of een sociaal afwijkend leven.

Conclusie

Wie profiteert van onze onderdrukking, van de aanvaarding van onze onderdrukking? Welke rol speelt de oneindige stroom aan beelden en woorden van een Manicheïstische [5], eeuwige dipolaire constructie vanwaaruit onze wereld wordt vormgegeven? Daar waar de ‘goeden’ altijd uniformen dragen en geweld gebruiken om ons net voor het einde te redden en te verlossen, waar geweld en agressie door de staat tegen ‘de slechteriken’ heilig wordt verklaard, waar de slechten oneindig zullen worden hernoemd en herdoopt. Waarom is het dat bij elke moord door de staat, de gevoelloze en wrede reactie van de politiewoordvoerder «De politie deed haar best met de middelen die ze tot haar beschikking had.», wordt gezien als een logisch argument en steevast wordt overgenomen door de massamedia? Als ik een ‘Rishi’ in koele bloede had vermoord, een onschuldige 17 jarige in een treinstation, zou ditzelfde dan door de heersende media worden beschouwd als een logisch argument en niet als gestoord of immoreel?

-Ja. Ik heb Rishi vermoord, ik deed wat ik kon met de middelen die ik tot mijn beschikking had.

-Onschuldig.

Het idee echter, dat elke gemeenschap schuld heeft aan het kwaad van misdaad, die het «nodig» maakt om politie te hebben, en het gemak waarmee het geweldadige misdaden als politie «fouten» rechtvaardigt, voedt en geeft een slavenmentaliteit weer. Er is een verschil tussen iemand die de realiteit niet ziet en onwetend is over de subtiele aanvallen van het totalitarisme, en het cynische aanvaarden dat er een vorm van tirannie is en er voor te kiezen om deze tot een noodzakelijkheid te rationaliseren; om op geen enkele wijze uit de weg te ruimen dat onderdeel van de Machine zijn een «privilege» is; om er niets om te geven hoe de Machine anderen behandeld; om de controle over éénieders leven op geen enkele manier onderhandelbaar te vinden en slachtoffers van politiegeweld als een noodzakelijk kwaad te zien; om in eerste instantie te lachen bij de verkondiging van de Orwelliaanse nachtmerrie, maar haar uiteindelijk in al haar glorie te aanvaarden, want «Zo is de Machine».

Om de werkelijkheid te zien, maar deze niet langer als belangrijk te ervaren.

Rishi was vermoord. Rishi was ongewapend. Rishi was niet de gene waar de politie naar op zoek was. Rishi verzette zich niet. Rishi stierf verward. Maar waarom vertel je me dit? Ik wil het niet weten; ik weet niet wat ik met de waarheid aan moet.

De kern van de strijd tegen politiegeweld en staatsonderdrukking moet de maatschappij zijn, de buurt en de gemeenschap. Elk lid van dit menselijk verzet zou moeten worden gezien als essentieel en hun verlies zou moeten worden behandeld als dat wat werkelijk het is: een brute amputatie. Het word tijd dat de passieve aanvaarding van staatsmoorden wordt omgezet in een dynamisch verzet tegen alles dat gemakshalve als omstandigheden, gegeven bevoegdheden en gegeven praktijk wordt voorgesteld. Wanneer we begrijpen dat politiegeweld geen virus is dat een gezond lichaam aanvalt, maar een uitgezaaide tumor in een al ziek zijnd lichaam is, erkennen we dat de politie niet hervormd kan worden. Zo lang de junkies van het acht uur journaal zich comfortabel voelen met hun huidige positie in de gehaktmolen – de Machine – zal de moord op een 17 jarig zorgeloos kind, Rishi, als afgeschreven beschouwd worden, zijn leven gebagatelliseerd, ombonden met het lintje van onoverkomelijke schade.

Het hoeft niet zo te zijn en we kunnen het veranderen. Maar de waarheid is op dit moment dat de politieagenten Rishi hebben vermoord en dat ze de volgende dag gewoon thuis aten.

Sen, Evi

Dit artikel is ook beschikbaar in het Engels en Grieks.

[1] Met deze zinnen somt het Ministerie van Justitie de algemene positie op van genoteerde aanklachten in relatie tot de marteling in 1789 op. E. Seligman, La Justice sous la Révolution, vol. 1, 1901, en A. Desjardin, Les Cahier des États généraux et la justice criminelle, 1883, p. 13-20.

[2] Michel Foucault: Surveiller et punir. Naissance de la prison, Gallimard (Nederlandse vertaling: Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis).

[3] Zondag 9 december: vrienden en zij in solidariteit proberen de plek des onheils terug te veroveren in herinnering van hun vriend. Er vielen drie arrestaties waarbij tegen één persoon extreem gewelddadig is opgetreden door de politie.

[4] Dit zijn representatieve voorbeelden van politiegeweld, sommige van deze eindigden in de dood van het slachtoffer:

Augustus 2012: De politie ging een huis binnen in Apeldoorn nadat de buren melding hadden gemaakt van een verwarde man met in zijn hand een keukenmes. De politieman schoot de man dood.

Juni 2012: Een video verschijnt online waarop een agente te zien is die, zonder enige reden, een dakloze man schopt en in elkaar slaat nadat ze peperspray tegen hem heeft gebruikt. Daarna heeft ze hem gehandboeid en gearresteerd terwijl hij nog op de grond ligt vanwege het geweld dat tegen hem is gebruikt. Ook waren er veel reacties op het ‘incident’; de burgemeester van Rotterdam kreeg het voor elkaar bloemen aan de politieagent te overhandigen omdat ze «zo getraumatiseerd was door de negatieve reacties op haar daad»! We moeten hierbij vermelden dat toen Pauw – hoofd van de politie Rotterdam – aantrad in oktober 2010, een veel geciteerde toespraak hield die wellicht verklaard waar hij ideologisch vandaan komt. Naast andere uitlatigen stelde hij de «de politie je beste vriend niet is». Hij ging daarop door en voegde toe dat «de politie de baas moet zijn op straat. Dat houd dingen in die je niet tegen je beste vriend zou doen».

26 Mei 2012: Politieagenten vallen een Italiaanse tourist in Amsterdam aan omdat hij met een fiets tegen het verkeer in reed.

Op dezelfde dag bestormde de politie een huis in den Haag nadat een van de buren had gebeld. Er werd een man in het huis aangetroffen met een mes in zijn hand. De politie schoot de man dood. Voordat de man stierf lukt het hem nog om het mes te gooien en verwondde daarme een politieagente.

3 mei 2012: tijdens een vechtpartij in een cafetaria in Amsterdam heeft een man twee anderen neergestoken. De politie greep in en om hem te arresteren en de man stierf hierbij omdat hij zih verzette.

Julie 2011: de 22 jaar oude İhsan Gürzz werd dood gevonden in de cel van een politiebureau. Terwijl zijn familie claimt dat hij is gestorven door excessief politiegewel stelt de politie dat hij is gestorven aan een hartaanval; zelfs terwijl zijn gezicht duidelijk ernstige sporen van verwonding door geweld had.

November 2012: Tijdens een Sinterklaar-viering vallen politieagenten mensen aan en slaan hard op hen in omdat ze T-shirts aanhebben met «Zwarte Piet is racisme».

En voor zij die zich afvragen wat er in Griekenland gebeurd, zullen we niet beginnen over Korkoneas and Melistas (de twee politieagenten die A. Grigoropoulos en M. Kaltezas vermoorde), maar laten we kijken naar de lange lijst slachtoffers van politie-terreur, hier.

[5] Manicheïsme; oude religieuze leer met als uitgangspunt de uitwerking van de wereld als een strijd tussen een goede, spirituele wereld van licht en een slechte, materiële wereld van duisternis.

La situación real de la economía griega

diadilotes-me

Fragmento de Nosotros no asustar a las nuevas medidas
Τraducción: Verba Volant

Tan sólo unos meses después las últimas elecciones, la coalición de los tres partidos del gobierno ya ha disipado las ilusiones de los que habían confiado en ella. Todas las promesas de la campaña prelectoral sobre la renegociación del memorándum o la desvinculación de su cumplimiento se han olvidado y fueron sustituidas por el escalonamiento de la política brutal de los dos últimos años, con la aprobación del paquete de las medidas más duras desde el comienzo de la crisis. Se trata de unas medidas que en cantidad son muchísimas más que las del febrero pasado. Originalmente llegaban a los 11,5 mil millones de euros, durante su votación en el Parlamento supimos que llegaron a los 13,5 mil millones, y más tarde se reveló que al final alcanzan los 18,9 mil millones de euros, descontando las cláusulas que conciernen a la reposición automática impuesta por la Troika[1]. En otras palabras, se trata de unas medidas que superan el 8,5% del PIB, y que es seguro que profundizarán la recesión, contribuirán al aumento del desempleo y provocarán el empobrecimiento de la inmensa mayoría de la población.

Los ejes principales de estas medidas, que son propias más bien de un gobierno de ocupación, son los recortes horizontales en los salarios, las pensiones y los subsidios, la reducción de todos los gastos sociales, la destrucción de la Sanidad y la Educación públicas, el desmantelamiento de la Administración pública y de los sistemas de seguridad social y, sobre todo, los nuevos y fuera de toda lógica aumentos de los impuestos, que literalmente exterminan a las clases media y baja. Simultáneamente, en el sector laboral ya ha comenzado el debate sobre una serie de ajustes que, de ser aplicados, harán retroceder la legislación laboral del país al siglo XIX.

Se supone que todo esto se hace para conseguir el reintegro de un plazo de 31,5 millones de euros, que supuestamente es absolutamente necesario para evitar la quiebra y para la supervivencia del país. Según la propaganda oficial, este dinero ayudará a la reactivación de la economía, dinamizando el mercado y resolviendo el problema del efectivo disponible del Estado, el cual según las declaraciones recientes del primer ministro se agotaría el 16 de noviembre. Sin embargo, es bien sabido que ni un céntimo de los 31,5 millones de euros se destinará a salarios y pensiones, mientras que un porcentaje insignificante se destinará a la economía real: los 25 mil millones se destinarán a la recapitalización de los bancos, los 3,5 millones para pagar los bonos con vencimiento y el resto se destinará al pago de la deuda del Estado a financiar a varios capitalistas.

Pensando que de todas las “inyecciones de liquidez” anteriores, ya sea en efectivo o en forma de garantías estatales, que desde 2008 llegan ya a los 168 mil millones de euros, los bancos no han puesto ni un céntimo en la economía real, nos damos cuenta de que el optimismo del gobierno de que esta vez los bancos si van a hacerlo, está totalmente infundado. En cambio, es seguro que una vez más los bancos van a retener este dinero, no sólo porque en condiciones de recesión económica profunda y de hundimiento económico extremo todos los préstamos desembolsados ​​sean automáticamente arriesgados, sino también para adquirir la suficiencia de capital que, con arreglo a las normativas de la Unión Europea, les es necesaria para poder pedir préstamos en el mercado interbancario. En cuanto al pago de la deuda a los particulares, es seguro que concierne casi exclusivamente a los grandes proveedores y contratistas y no a los miles de empresarios medianos y pequeños que negocian con el Estado.

Basándose en lo anteriormente mencionado, las reiteradas afirmaciones del primer ministro sobre que estas son las últimas medidas suenan realmente cómicas, como se evidencia en la cláusula impuesta por la Troika sobre la sustitución automática de cualquier fallo del programa por más recortes de salarios y pensiones, principalmente en el sector público. De todas formas, el debate sobre unas nuevas medidas ya ha comenzado, apenas unos días después de la votación de las últimas.

La situación global de la economía griega

Pero fijémonos en qué economía han sido aplicadas estas medidas. Como muestran las cifras que se van a exponer más abajo, es difícil, por mucho que uno busque, encontrar otro ejemplo de este tipo de hundimiento, por lo menos en la Europa de la posguerra.

Comenzando por la recesión, que continúa por quinto año consecutivo, resulta que de forma acumulativa en junio de este año alcanzó el 17,4% del PIB, mientras que el pronóstico oficial para finales del año la aumenta hasta el 21%. De hecho, recientemente el ministro de Economía declaró que el ascenso continuará otros dos años, alcanzando el 25% en 2014. Por supuesto, la verdad es mucho peor. En todo caso la cifra real superará el 28%, sin que se descarte la posibilidad de una explosión por encima del 30%, si se confirman las predicciones de muchos expertos y organizaciones internacionales. Ya para el 2013, Moody´s ha predicho un 7%, Citigroup un 10,7%, mientras que el Centro de Programación e Investigaciones Económicas que hace tres meses preveía un 9,1%, recientemente, probablemente después de unas intervenciones políticas, bajó su estimación al 5%. La misma cifra del 5% era la estimada por la Troika en las negociaciones con el gobierno griego sobre las últimas medidas. Sin embargo, insistía estúpidamente en el increíble 3,8%. Aun así, esta predicción es suficiente para desmentir la estimación del Ministerio de Economía de una recesión acumulativa del 25% a finales de 2014, ya que esta cifra habrá sido superada ya desde 2013. Lo que es realmente ridículo es que al final la Troika y el gobierno encontraron una solución de compromiso, aceptando en común un 4,2%, como si la recesión dependiera de sus estimaciones, que por cierto son casi siempre equivocadas.

Recordamos que la estimación inicial para el 2012, la cual está incluida en el presupuesto presentado en noviembre de 2011, era del 2,8%. La estimación fue revisada (modificada) hacia arriba cinco veces durante el año, al tiempo que la cifra real de la recesión superaba el 7% (7,2% fue el porcentaje de la recesión en el tercer trimestre de 2012 y 6,7% su porcentaje durante los primeros nueve meses del mismo año, según lo anunciado por el Instituto Nacional de Estadística el 14 de noviembre de 2012).

Porcentaje de reducción del PIB griego (recesión)
2008: -0,2 %
2009: -3,2 %
2010: -4,9 % [1]
2011: -7,1 % (208,5 billones de euros) [1]
2012: -6,6 % (estimación – 194,7 billones de euros)
2013: -4,2 % (estimación)

Aparte de la recesión, son verdaderamente espeluznantes las cifras de la tasa de desempleo, la cual en agosto de 2012 alcanzó el 25,4% (1.267.595 de desempleados), con la tasa de desempleo entre jóvenes rozando el 58% y la de las mujeres el 29%. Se trata, desde luego, de las tasas de desempleo oficiales y no de las reales, las cuales están por lo menos de 3 a 4 puntos por encima de ellas. Aun así, la tasa de paro en Grecia es la más alta en Europa – ya que por primera vez superó a la española – mientras que las tasas de paro entre los jóvenes y las mujeres tienen el triste privilegio de ser las primeras en Europa desde hace varios meses.

Teniendo en cuenta que desde el inicio de la crisis cada año se nota un ascenso casi a la par entre recesión y tasa de desempleo, la predicción del Instituto Científico de la Confederación General de Trabajadores Griegos para un 29% de tasa de paro oficial (un 33% real) a finales de 2013, resultará probablemente correcta. También hay que tener en cuenta que 735.000 desempleados no reciben ningún tipo de subsidio de desempleo, que se han eliminado o se van a eliminar todos los subsidios por desempleo especiales y por baja temporada, y que hay 224.000 familias sin un solo miembro trabajando. Aun más preocupante e indicativo de la dinámica cero de la economía griega es el crecimiento del desempleo en pleno verano (del 24,4% en junio al 25,1% en julio), un período en que tradicionalmente la tasa de desempleo en Grecia se reduce a causa del empleo de un gran número trabajadores en el sector turístico.

Tasa de desempleo: Porcentaje % Miles de personas desempleadas
06/2009 8,9 443
12/2009 10,3 514
06/2010 11,8 594
12/2010 14,2 712
06/2011 16,6 823
12/2011 21,0 1034
06/2012 24,4 1216
08/2012 25,4 1268

 

Aparte de la recesión y el desempleo, todos los índices de la economía griega sin excepción alguna están en peligro de colapso, dando una imagen real de la desolación absoluta. Recientemente (9 de septiembre de 2012) el ministro de Finanzas estimó en 49 mil millones de euros los “sacrificios” de los griegos desde el comienzo de la crisis, de los cuales los 16,2 millones conciernen a recortes de salarios y pensiones. Con las medidas aprobadas el 7 de noviembre estas cifras llegan a los 67,9 mil millones y a los 25,8 millones de euros, respectivamente, y…continuará muy pronto. Esta excesiva sangría económica se refleja claramente en la reducción de los depósitos bancarios, que de los 237, 5 mil millones de euros en diciembre de 2009 han bajado en julio de este año a los 150,5 mil millones de euros. Por muy cierto que sea el hecho de que una parte de este dinero salió del país y otra parte está guardada por la gente en casa, es seguro que la mayor parte se ha usado para compensar los continuos recortes de los ingresos, y muchos son los desempleados que viven del dinero ahorrado, así como los que sacan dinero del banco para pagar los impuestos, las contribuciones de la seguridad social, varios gastos médicos, e.tc.

Según un informe AlphaBank, en agosto de 2012 la situación respecto de los depósitos era la siguiente:

Porcentaje de depositantes: Depósitos bancarios:
81,5 % 0 – 2.000 €
11,3 % 2.000 – 10.000 €
5,9 % 10.000 – 100.000 €

 

La disminución dramática de los depósitos es debida al descenso del salario bruto medio[2], de los 20.457 euros en 2010 a los 15.729 euros en 2011. Esta reducción del 23,1%, o del 25% si se calcula la inflación, coincide del todo con el descenso del 25% en la demanda interna para el mismo período. Al mismo tiempo, el descenso del poder adquisitivo desde principios de 2010 alcanza el 45% en promedio, haciéndonos retroceder a los niveles de 1978. De hecho, según los últimos datos de Eurostat procesados ​​por el Centro de Estudios e Investigaciones de la Cámara de Comercio, el salario promedio griego se ha desplomado a los 10.110,60 euros anuales.

Además, los préstamos no pagados, del 15,9% (39 millones de euros) en diciembre de 2011, se estima que van a superar el 20% (49 millones de euros) a finales de 2012. Hasta agosto de 2012 se habían contraído 224.384 préstamos hipotecarios y 441.038 créditos de consumo y se habían cargado otras tantas tarjetas de crédito correspondientes a ellos. La solución que están poniendo en marcha los bancos es convertir los contratos de préstamo en contratos de arrendamiento por 49 ó 99 años, según el modelo español o inglés, en los cuales a cambio de la reducción del importe del plazo el banco retiene la propiedad del inmobiliario. Se trata de una confiscación indirecta y traspaso del costo del pago del préstamo a los nietos o bisnietos del prestatario. La coincidencia temporal de la exigencia de la Troika del levantamiento de la prohibición de la confiscación de la primera vivienda con una declaración del ministro Voridis, quien dijo exactamente lo mismo el 20 de octubre de 2012, no puede ser fortuita.

Igual de problemática es la situación de los ingresos fiscales, a pesar de la imposición de impuestos cada vez más gravosos a todas las categorías de los contribuyentes. Las deudas confirmadas, de los 32 mil millones de euros en diciembre de 2009, ascendieron a los 42 millones de euros en diciembre de 2011 y a los 48,8 millones de euros en agosto de 2012. Parece que, debido a la continua y generalizada reducción de los ingresos, en combinación con las nuevas medidas fiscales exterminadoras impuestas a finales de 2013, los que objetivamente no van a ser capaces de cumplir con sus obligaciones van a superar los 2 millones. Se trata de una verdadera bomba en el sector de los ingresos públicos, ya que como el número de los deudores es tan alto, el Estado tiene unas armas legislativas (y administrativas) muy limitadas para enfrentarse a la situación. Es indicativo el hecho de que tan sólo en agosto de 2012 las deudas sin cobrar aumentaron en 3 mil millones de euros, a pesar de que este año el 70% de los contribuyentes ha pagado un promedio de 1.550 euros de más que el año pasado.

En cuanto a la situación de las finanzas públicas es importante destacar la situación trágica de los fondos de pensiones, que por supuesto es imposible que se recuperen de la participación del sector privado en la normalización del pago de la deuda, que les ha costado 13,5 mil millones de euros.

Tampoco el sector privado va bien. No son sólo los cierres de las medianas y pequeñas empresas comerciales que se van multiplicando (porcentaje de pequeñas empresas cerradas: 25% en Atenas, 27,5% en Tesalónica), sino que todos los sectores de la actividad económica están en declive. En concreto, para el segundo trimestre de 2012 tenemos las siguientes cifras:
Reducción de la producción industrial: 8,3%
Reducción de los gastos de consumo privado: 7,2%
Reducción de los gastos de consumo público: 9,1%
Reducción de capital fijo: 19,4%

Hasta las exportaciones, que después de la disminución excesiva del coste laboral era la gran esperanza de los defensores del programa, después de un aumento significativo provisional tuvieron un descenso del 4,1%, y las exportaciones a países de la UE se redujeron en un 20%.

El sector inmobiliario está experimentando una verdadera catástrofe. La caída del precio de la vivienda desde el año 2009 ha alcanzado el 50%, la reducción de las compras y ventas alcanzó casi el 75%, mientras que la construcción de nuevas viviendas es casi inexistente. Todo esto, junto con el continuo aumento del valor catastral y los altísimos impuestos inmobiliarios, han contribuido a la devaluación total de la propiedad popular, la cual en Grecia había tenido la particularidad de concentrarse en gran escala en la compra de inmobiliarios. Por lo tanto, no sería inapropiado decir que de alguna manera, a través del ataque al sector inmobiliario, el Gobierno y la Troika meten mano tanto en los ingresos de las generaciones anteriores – devaluando tanto el valor de sus bienes traspasados a la generación actual – como en los ingresos de las generaciones futuras, devaluando el valor de los bienes que se traspasarán a ella. Además, la paralización del sector de la construcción aumenta desproporcionadamente el desempleo, ya que una gran parte de la población activa está empleada en el sector de la construcción.

La desregulación de las relaciones laborales en el sector privado es total, conseguida a través de la abolición del Derecho laboral. Uno de cada tres trabajadores trabaja sin seguridad social, el porcentaje de los que tienen un trabajo flexible ha aumentado un 42% en tan sólo un año, mientras que los trabajadores a los que se les debe de uno a diez salarios ya son unos cientos de miles. La situación se deteriorará aún más si se aplica tan tan sólo la mitad de las medidas laborales que ha exigido la Troika y ha aceptado el gobierno.

Aquí es necesario señalar que la imposición de condiciones laborales de plena esclavitud en el sector privado nada sirve para reducir la deuda pública, la cual constituye el problema más grave del país. Estos ajustes se supone que se han hecho para mejorar la competitividad de nuestra economía, la cual, de acuerdo con las obsesiones neoliberales, depende casi exclusivamente de la reducción excesiva del coste laboral, que es considerado el único factor productivo que puede y debe ser adaptado a las condiciones de la crisis, ya que la rentabilidad del Capital es sagrada…

Sin embargo, a pesar la dureza, sin precedentes a nivel mundial, de las medidas que han reducido los salarios un 40% respecto a 2009 y el coste laboral por unidad producida un 26% (informe de AlphaBank , agosto 2012), la competitividad del país está en caída libre: Desde el 67º lugar de la clasificación mundial en 2008, llegó al 90º en 2011 y al 96º en junio de 2012.

Pero tampoco el nivel de la deuda pública muestra algún progreso, aunque su limitación se supone que es el “gran objetivo nacional”, que por conseguirlo se hacen todos estos “sacrificios”. Según los datos revisados ​​de la Oficina de Estadística, anunciados el 22 de octubre de 2012, la trayectoria de la deuda de la deuda es la siguiente:

Deuda pública (en billones de euros): Deuda pública como porcentaje % del PIB
2009: 299,7 129,4
2010: 329,5 145,0
2011: 355,6 170,6
2012: 340,6 174,8
2013: 346,2 (estimada) 179,3 (estimada)

 

De la lectura de estos datos se sacan las siguientes conclusiones:
a) El beneficio real de la reducción de la deuda era tan sólo 15 mil millones de euros.
b) El objetivo de la reducción de la deuda al 120% del PIB en 2020 es algo más que imposible. Esto ya que es un hecho reconocido por todos. De acuerdo con las estimaciones más optimistas hechas en la actualidad, la deuda como porcentaje del PIB continuará aumentando, por lo menos hasta el año 2015, antes de comenzar a descender, pero a un ritmo mucho más lento que el inicialmente estimado.
c) La prolongada recesión profunda de la economía griega contribuye al aumento de la deuda como porcentaje del PIB, a pesar de su ligero descenso en cifras absolutas. Es decir, el denominador de la fracción (PIB) se reduce más rápidamente que el numerador (deuda).
d) Todo lo anterior sucede porque el dinero que entra en el país en calidad de préstamo, regresa de inmediato a los prestamistas para el pago de los intereses, sin entrar en la economía real, ayudando a generar nuevos ingresos. Así que el desarrollo sigue siendo un objetivo imposible de alcanzar.
e) A diferencia de Italia y España, que lo han logrado evitar, en el caso de la deuda griega si cuentan las enormes cantidades de dinero que se destinan a la recapitalización de los bancos…

En cuanto a este último, no se puede dejar de notar la deficiencia total de los gobiernos de Papadimos, Papandreu y Samarás en las negociaciones con los acreedores. Ninguna de las ventajas del país fue utilizada al mínimo. En cambio, los gobiernos griegos se portaron como si fueran presos, con el argumento de que si no satisfacíamos todas las exigencias de los acreedores, nos iban a echar fuera de la eurozona. Esto, sin embargo, aparte de que con base en la legislación vigente es imposible, sería económicamente desastroso para el resto de los países miembros de la Unión Europea. Recientemente el Banco Central Europeo estimó que el costo para la eurozona de una posible salida de Grecia sería de mil billones de euros. No es imposible, según el mismo banco, que esta salida signifique la disolución definitiva de la unión monetaria, hecho que tendría gravísimas consecuencias para todos, especialmente para los países más ricos. Según estimaciones del Ministerio de Finanzas alemán, reveladas por la revista alemana Der Spiegel el 24 de junio de 2012, tal desarrollo significaría para Alemania una recesión del 10% y 5 millones de nuevos desempleados. Entonces, los gobiernos griegos, en lugar de utilizar todos los medios para limitar el desastre, han dado y siguen dando tiempo a los acreedores de proteger sus economías, y sobre todo sus bancos, para que la inevitable, según parece,  expulsión de Grecia de la eurozona, les cueste mucho menos de lo que les costaría inicialmente.

Por si fuera poco, el gobierno griego ha procedido a la liquidación de la riqueza pública del país a unos precios literalmente humillantes, devaluando por voluntad propia el producto que vende, según muestran las declaraciones recientes de altos funcionarios griegos sobre la viabilidad y las perspectivas de rentabilidad de la Caja de Ahorros y de la Agencia de Quinielas. Estas declaraciones dieron lugar a la caída libre de sus acciones y del valor de estas corporaciones, las cuales, sin embargo, son rentables. Lo mismo y aún peor sucedió en el caso del Banco Rural, vendido a un precio casi igual al valor de uno de sus inmobiliarios, en el caso de la empresa de productos lácteos Dodona, vendida por 21 millones de euros a una persona que le debía 12 millones de euros, al tiempo que sus ganancias antes de impuestos eran 44 millones de euros al año, y en varios otros casos.  La liquidación de todos sus bienes es realmente criminal, si pensamos que socava cualquier posibilidad de recuperación económica en el futuro, cualquiera que sea el gobierno del país.

A nivel comunicativo, todo este saqueo es justificado (por el Régimen) con una intensa campaña de criminalización del pueblo y sobre todo de la clase obrera, a través de sus medios de comunicación totalmente manipulados. Sin embargo, a pesar de lo que dicen sus periódicos amarillistas y los telediarios, la deuda- pues se supone que todo se hace para limitarla- no es debida al hecho de que hemos vivido durante años “por encima de nuestras posibilidades”, o al hecho de que somos perezosos (ya que los griegos antes de la crisis eran los trabajadores peor remunerados de la eurozona, con la excepción de los portugueses, y los que trabajaban más horas al año), ni al “Estado redundante” (ya que el Estado griego, tanto como gasto sobre el PIB como porcentaje de funcionarios sobre la población activa estaba por debajo del promedio de la eurozona), ni, desde luego, a la corrupción de una pequeña minoría de funcionarios, ni a los pequeños fraudes de los que cobraban la pensión de su abuelo difunto…

La deuda ha sido creada paulatinamente y ha tomado dimensiones monstruosas, debido principalmente a los siguientes factores, que son los mismos, en mayor o menor medida los factores que contribuyeron al disparo de la deuda de muchos otros países:

  1. Las enormes cantidades de dinero que ha estado pagando el Estado griego por la compra de armamentos militares en todo el período de la transición (desde 1973 hasta la fecha). En parte este dinero se dirigía a los países de la Unión Europea que ahora nos están castigando por nuestra elevada deuda pública, el aumento de la cual no les molestaba en absoluto cuando nos vendían sus armas.
  2. La liquidación-a unos precios bajísimos-de la propiedad pública, que a pesar de la propaganda sobre el “Estado enorme”, había comenzado ya desde la época del gobierno derechista de Mitsotakis (1990-1993) y continuó durante los mandatos de los gobiernos de Simitis y Karamanlís (1993-2009), privando al país de cualquier oportunidad de desarrollo autónomo.
  3. El desmantelamiento del tejido productivo del país, gradualmente desde 1979, cuando Grecia ingresó en la Comunidad Económica Europea, con el fin de aumentar las importaciones de productos europeos. Esto ha dado lugar al estancamiento del PIB (ya antes de la crisis) a niveles inferiores a la capacidad productiva real del país.
  4. La posición de Grecia en la división internacional del trabajo, que le priva de las oportunidades de enriquecimiento, como las que tienen los países económicamente fuertes. Las cosas están empeorando por la distribución desigual de las inversiones internacionales y por los depósitos bancarios, que después de la crisis de 1973 se concentran en los bancos de los países de las economías más fuertes, dejando un déficit de financiación en los países de la periferia. Este vacío lo llena el Estado tomando un préstamo, por lo que hay tantos países altamente endeudados en la actualidad.
  5. El “abrazo mortal” del Estado por el Capital privado, el cual sistemáticamente y durante varias décadas está robando la riqueza pública. No nos referimos sólo a la evasión de impuestos inimaginable o al uso de métodos obviamente ilegales, como la inversión en la Bolsa de los fondos de las cajas de seguros. Aún más devastadora es la financiación directa del Capital por parte del Estado, con préstamos de bajo interés, subvenciones y exenciones fiscales provocativas, que se supone que lo van a dirigir hacia inversiones productivas. Estas últimas, sin embargo, por razones que explicaremos más adelante, nunca vienen, ya que el Capital sigue retirándose de la producción sin devolver el dinero que no ha utilizado para el fin con el que lo tomó. Ese dinero es colocado en la economía virtual, reportando nuevos beneficios al Capital. A continuación el Capital concede más préstamos al Estado que anteriormente se había endeudado para concederle un préstamo al Capital. Encima, estos préstamos que toma el Estado tienen unas tasas de interés altísimas. De hecho, en el caso de Grecia, uno se pregunta cómo el gran Capital griego ha llegado a estar prácticamente quebrado, a pesar del “pleno apoyo” del Estado.

Concluyendo con este estudio sobre el estado de la economía griega, no podemos dejar de mencionar el déficit, que tampoco se puede equilibrar. Ya la última revisión de los datos de la Oficina de Estadística que conciernen al déficit, muestran que el déficit en 2011 ha ascendido al 9,4% en vez del 9% que era la cifra prevista, y del 2012 al 6,9% en vez del 6,6% que era la cifra prevista. Aquí también, el objetivo del 3% parece inalcanzable en el plazo fijado.

En general, el estado sombrío de la economía griega se confirma en el anteproyecto de presupuesto de 2013, que prevé un déficit del 4,2%, una recesión económica del 3,8% de disminución (finalmente un 4,2% después de regatear su cifra con la Troika), una reducción de la demanda interna del 6,1 %, una reducción del consumo privado del 5,9%, una reducción del consumo público del 7,2%, un descenso de las inversiones del 3,7%, un aumento de la tasa desempleo que llegará al 24,7%, como promedio anual. A pesar de que estas previsiones son deliberadamente optimistas, siguen siendo una pesadilla.

En conclusión, la política económica seguida, en general conduce a una asfixia a toda la actividad económica, lo que hace imposible el desarrollo, hace crecer el déficit y la deuda, dispara el desempleo y profundiza la recesión. Cada nuevo paquete de medidas es la causa del próximo. Ni uno de los objetivos del programa de ajuste puede ser alcanzado. Para permanecer Grecia en la UE y la eurozona, tiene que acercarse cada vez más a los estándares de África. La posición del país a nivel internacional va empeorando y la deuda, que se vuelve cada vez menos viable después de la participación del sector privado en los procesos de regularización, es principalmente una deuda a Estados y no a individuos.

La crisis genera millones de tragedias individuales y familiares, ya que la embestida de la pobreza y el colapso de toda la protección social transforman la cotidianidad de la sociedad en un infierno. La crisis económica se va transformando gradualmente en crisis humanitaria.

Shortlink: http://eagainst.com/?p=45790

Comunicato di Villa Amalias: Noi siamo e rimarremo qui

114554g-img_5785

Preso dal sito di Villa Amalias

Oggi, 20 dicembre 2012, la polizia è entrata in Villa Amalias. Usando il pretesto di una lamentela per spaccio di droga, hanno perquisito la casa con la presenza del procuratore distrettuale. Cio che hanno incontrato è ridicolo. Tuttavia quello che hanno incontrato, secondo Denias (ministro dell ordine pubblico), prova che Villa Amalias era l »epicentro dell illegalità» per 22 anni e che la legge, grazie alla »coraggiosa volontà politica» del primo ministro Samaras, è stata finalmente restaurata.

Quale collegamento logico potrebbe accostare le bottiglie vuote a »materiale per fabbricare bottiglie molotov»? è forse strano incontrare un gran numero di bottiglie in un posto che ospita di continuazione eventi, concerti e gestisce un bar? Cosa si intende per »materiale infiammabile»? forse si riferiscono al liquido per pulire le stampanti dello squat? dobbiamo parlare poi delle maschere anti-gas che ogni manifestante che tiene alla sua salute dovrebbe portare? oppure parliamo agli elementari oggetti di autodifesa (le ridicole granate accecanti o le fionde) in uno spazio che è stato ripetutamente attaccato dalle bande para-statali (incendi, accoltellamenti e pestaggi) con l apogeo raggiunto nel 2008, quando il ministro dell ordine pubblico Markogiannakis visitò i »residenti» di Agios Panteleimonas (famosa piazza dove si riuniscono i fasci) e dopo alcuni minuti da quando se ne andò venimmo attaccati…

Grazie al pretesto del raid loro hanno materializzato un sogno bagnato di lunga data: sono entrati in un posto che è uno dei simboli concreti di tutto cio che si oppone con ostilità a tutto cio che rappresenta la sovranità, l imposizione, la sterilizzazione, l indifferenza, la resa, e la sottomissione. In questo hanno ragione.

Questo è quello che siamo. Noi e le migliaia di manifestanti, le persone che lottano, gli squatters, gli scioperanti, quelli che combattono per strada. Noi siamo i senzatetto, i punk e i ribelli, i vegetariani e le femministe/i, i notturni e i lavoratori, i poveri e gli addolorati, le vittime del razzismo e i vendicatori delle ingiustizie. Il ministro ci ha chiamato l epicentro dell illegalità…

E ora dobbiamo parlare seriamente. Villa Amalias è una proposta organizzativa con cui bisogna fare i conti. Il massacro in corso del capitale contro il mondo del lavoro presupposizione la distruzione di tutte le sue strutture: la morte di tutto cio che i sindacati hanno ottenuto, ogni struttura di solidarietà e dissenso, gli spunti auto-organizzativi: tutto è nel mirino. Il programma dell estrema destra è prevalso sin dallo scoppio della crisi iniziò con la dichiarazione che parlava di una supposta »bomba igienica» di Loverdos (ministro della sanità del tempo che sosteneva il fatto che 300 migranti in sciopero della fame costituivano un rischio per l igiene nel centro di Atene). Continuò con la presa di mira dei migranti (al muro/confine di Evros, campi di concentramento e l operazione Xenios Zeus (anti-migrante), la gogna delle prostitute siero positive, sempre aiutati dalla violenza di estrema destra contro migranti, venditori ambulanti e omosessuali. La tortura degli antifascisti al quartier generale della pula dopo la manifestazione antifascista in moto, gli attacchi contro gli squat e la forte repressione contro ogni rivendicazione lavorativa o sociale, lascia pochi dubbi sul fatto che il nemico ha posto contro di noi un forte blocco; un blocco contro cui noi ora dobbiamo resistere.

Durante gli ultimi 22 anni siamo stati in un palazzo che era abbandonato da decenni. Lo abbiamo mantenuto e gli abbiamo dato vita. Siamo uno squat che ha sempre avuto le porte aperte a gruppi e individui e ha promosso la cultura anti-commerciale, la dignità umana, sociale, antifascismo e lotta di classe. Villa Amalias sta combattendo ferocemente, non per proteggere dei muri, ma per proteggere i nostri desideri, i nostri sogni e le nostre speranze per una vita un po più libera per tutti noi.

Noi chiediamo a chiunque si identifichi nell operazione lunga anni dello squat di prendere parte in questa lotta cruciale con noi.

Questo è il mulino che i macellai di Don Quijote ha attaccato, anche sono le idee il loro bersaglio. Questo è quello che illegalità e assenza di leggi significa per loro. La loro caccia alla streghe gli porterà incubi.

RILASCIO IMMEDIATO PER GLI SQUATTERS DI VILLA AMALIA

Desalojo de la okupa “Villa Amalías” en el centro de Atenas

villa

via: Verba Volant

Desde hace unos años estamos viviendo una ofensiva sin precedentes del Estado y del Capital contra la sociedad. Al mismo tiempo que el Régimen deja en la miseria a millones de personas, lleva a cabo una operación de represión de todas las resistencias sociales que se oponen al totalitarismo que pretende imponer. Desde el primer momento las ocupaciones, los centros sociales ocupados y los espacios y proyectos auto-gestionados se han puesto en el punto de mira de esta operación.

Después de las tentativas de reprimir varias okupas en varias ciudades (Delta, Nadir y Orfanotrofío en Tesalónica, Apertus en Agrinio, Draka y Elea en Corfú, Vox en Atenas, el local auto-gestionado de la Universidad de Réthimno en Creta, Afroditis 8 en Berea, la ocupación del viejo mercado municipal en el barrio ateniense Kipseli, e.tc.), esta vez el Estado atacó la okupa “Villa Amalías” en el centro de Atenas, en el barrio que constituye la base de las operaciones terroristas de los fascistas neonazis, con el apoyo y el respaldo de los aparatos estatales y paraestatales.Esta okupa lleva 22 años en funcionamiento.

El jueves 20 de diciembre, a eso de las 7:00h, maderos de varios cuerpos de las fuerzas represivas acompañados por un fiscal de turno llegaron al edificio de la ocupación. El pretexto de la operación de desalojo fue una supuesta “denuncia anónima” contra la okupa. Dos escuadrones de los llamados antidisturbios y varios policías secretos habían cortado el acceso a la calle Heyden, donde está ubicada la okupa. Unos minutos más tarde la Policía invadió y evacuó el edificio, deteniendo a ocho personas, seis de las cuales eran okupas y dos compañeros huéspedes del extranjero. Todo lo que estaba en el interior del edificio fue cargado en camiones del Municipio de Atenas y fue llevado a la Dirección General de la Policía.

Enseguida después de la operación de la Policía unos 150 solidarios se reunieron fuera del edificio de la okupa a pesar de que el acceso a la zona era sumamente difícil, ya que había maderos esparcidos por todas partes. Varios solidarios no lograron llegar a la okupa por haber sido retenidos por los equipos motorizados de la Policía. También, un grupo de solidarios se fue al Ayuntamiento de Atenas y subieron al sexto piso, donde la oficina del alcalde. Todos fueron detenidos y conducidos a la Dirección General de la Policía, junto con los demás detenidos y retenidos. Hasta las 15:00h sólo los retenidos en el Ayuntamiento han sido puestos en libertad.

Después del mediodía aumentó el número de los solidarios que manifiestan en solidaridad con la ocupación evacuada y con todas las ocupaciones, a pesar de que había fuertes fuerzas policiales en las proximidades del edificio de la ocupación. Los manifestantes desplegaron pancartas (fotos) e instalaron un sistema de megafonía para informar a los transeúntes de esta operación represiva. Varias colectividades, ocupaciones y páginas web contrainformativas han expresado su solidaridad con “Villa Amalías”. Actualizaremos la información sobre el desalojo y las reacciones en solidaridad con la okupa, en esta o/y en próximas entradas.

Grecja: Policja najechała okupowaną Villę Amalias w Atenach

villa

Jeszcze raz, państwo próbuje terroryzować poprzez nagłe naloty na powierzchniach samoorganizujących się.

Villa Amalias mieści się w budynku Heyden I Acharnon Street od 22 lat. Odbywały się tam setki wydarzeń politycznych i kulturalnych (koncerty, spektakle teatralne, pokazy itp.), w tym czasie anty-komercyjna kultura przeciwstawiająca kulturę sprzedaży i zysków, władzy i majątku, znalazła tam swoje miejsce. Oczywiste jest teraz, po tak wielu codziennych atakach na ruchy antyautorytarne/anarchistyczne, że antyspołeczne siły gospodarcze i polityczne w celu uciszenia ruchów, ograniczają dyskusje publiczne w porządku obrad, który jest określony wyłącznie przez media i nazistów, o zakazie samoorganizujących się działań, które zaczynają od dołu i na zewnątrz partii politycznych.

Stosownie do informacji opublikowanych w Athens Indymedia, 8 towarzyszów zostały zatrzymanych, w budynku siły represji państwa prowadzą poszukiwania. Już 200 osób jest w solidarności z Acharnon Street przeciwko okupacji.

Chcemy wyrazić naszą solidarność z Villa Amalias i towarzyszami, którzy walczą na tej wolnej przestrzeni społecznej

PS: Rozumiemy radość wiernych sług systemu władzy, jaką obserwujemy na skrajnie prawicowych blogach, jak również w serwisach informacyjnych głównego nurtu jednoczącego siły, oczerniającego i dopingującego dla «sukcesu» w hamującym państwo. Obiecujemy, że radość z wrogów społeczeństwa nie będzie trwać wiecznie.